Présent
- je prends
- tu prends
- il/elle prend
- nous prenons
- vous prenez
- ils/elles prennent
prendre is het Franse werkwoord voor „nemen”. Het is een onregelmatig werkwoord. De samengestelde tijden, zoals de passé composé, vormt het met het hulpwerkwoord avoir, en het participe passé is pris.
In de présent: je prends, tu prends, il/elle prend, nous prenons, vous prenez, ils/elles prennent.
Oefen prendre
Vraag 1 van 5
prendre · Présent
Je le bus tous les matins.
Ik neem elke ochtend de bus.
prendre · Présent
En ce moment, nous le petit-déjeuner sur le balcon.
Op dit moment ontbijten we op het balkon.
prendre · Passé composé
Le chien ma chaussure la nuit dernière.
De hond heeft vannacht mijn schoen gepakt.
prendre · Présent
Les voisins leur café dehors, d'habitude.
Meestal drinken de buren hun koffie buiten.
prendre · Passé composé
Vous un taxi lundi dernier ?
Hebben jullie afgelopen maandag een taxi genomen?
De zinnen die Conjupi je voor dit werkwoord laat aanvullen, met de vervoegde vorm in het rood.
Vul deze zinnen zelf aan, persoon voor persoon. De vormen die je mist komen terug tot ze erin zitten, en de app leest elke zin voor.