Présent
- je réfléchis
- tu réfléchis
- il/elle réfléchit
- nous réfléchissons
- vous réfléchissez
- ils/elles réfléchissent
réfléchir is het Franse werkwoord voor „nadenken”. Het is een regelmatig werkwoord op -ir, vervoegd zoals finir. De samengestelde tijden, zoals de passé composé, vormt het met het hulpwerkwoord avoir, en het participe passé is réfléchi.
In de présent: je réfléchis, tu réfléchis, il/elle réfléchit, nous réfléchissons, vous réfléchissez, ils/elles réfléchissent.
Oefen réfléchir
Vraag 1 van 5
réfléchir · Présent
En ce moment, je à un nouveau métier.
Op dit moment denk ik na over een nieuw beroep.
réfléchir · Présent
Nous à un nom pour le chiot tous les soirs.
We denken elke avond na over een naam voor de puppy.
réfléchir · Passé composé
Marie à sa décision le week-end dernier.
Marie heeft afgelopen weekend over haar beslissing nagedacht.
réfléchir · Présent
Les voisins à un voyage en Italie chaque année.
De buren denken elk jaar na over een reis naar Italië.
réfléchir · Passé composé
Vous à ma proposition, récemment ?
Hebben jullie onlangs over mijn voorstel nagedacht?
De zinnen die Conjupi je voor dit werkwoord laat aanvullen, met de vervoegde vorm in het rood.
Vul deze zinnen zelf aan, persoon voor persoon. De vormen die je mist komen terug tot ze erin zitten, en de app leest elke zin voor.