Présent
- j'entre
- tu entres
- il/elle entre
- nous entrons
- vous entrez
- ils/elles entrent
entrer is het Franse werkwoord voor „binnengaan”. Het is een regelmatig werkwoord op -er. De samengestelde tijden, zoals de passé composé, vormt het met het hulpwerkwoord être, en het participe passé is entré.
In de présent: j'entre, tu entres, il/elle entre, nous entrons, vous entrez, ils/elles entrent.
Met être stemt het participe passé overeen met het onderwerp: voeg -e toe bij een vrouwelijk onderwerp, -s in het meervoud.
Oefen entrer
Vraag 1 van 5
entrer · Présent
Chaque matin, j' dans la boulangerie avec le chien.
Elke ochtend ga ik met de hond de bakkerij binnen.
entrer · Présent
Chaque semaine, ma sœur et moi, nous dans cette librairie.
Elke week gaan mijn zus en ik deze boekwinkel binnen.
entrer · Passé composé
Le chien dans le salon avec de la boue hier.
De hond is gisteren met modder de woonkamer binnengekomen.
entrer · Présent
Les enfants maintenant dans la piscine avec papa.
De kinderen gaan nu met papa het zwembad in.
entrer · Passé composé
Vous par le jardin la semaine dernière ?
Zijn jullie vorige week via de tuin binnengekomen?
De zinnen die Conjupi je voor dit werkwoord laat aanvullen, met de vervoegde vorm in het rood.
Vul deze zinnen zelf aan, persoon voor persoon. De vormen die je mist komen terug tot ze erin zitten, en de app leest elke zin voor.