Présent
- je pense
- tu penses
- il/elle pense
- nous pensons
- vous pensez
- ils/elles pensent
penser is het Franse werkwoord voor „denken”. Het is een regelmatig werkwoord op -er. De samengestelde tijden, zoals de passé composé, vormt het met het hulpwerkwoord avoir, en het participe passé is pensé.
In de présent: je pense, tu penses, il/elle pense, nous pensons, vous pensez, ils/elles pensent.
Oefen penser
Vraag 1 van 5
penser · Présent
Je à mon grand-père tous les soirs.
Ik denk elke avond aan mijn opa.
penser · Présent
Ma sœur et moi, nous à toi tous les jours.
Mijn zus en ik denken elke dag aan je.
penser · Passé composé
Ma mère à tout pour le voyage, la semaine dernière.
Mijn moeder heeft vorige week aan alles gedacht voor de reis.
penser · Présent
En général, mes parents trop au travail.
Over het algemeen denken mijn ouders te veel aan hun werk.
penser · Passé composé
Vous à fermer la porte, hier soir ?
Hebben jullie er gisteravond aan gedacht de deur dicht te doen?
De zinnen die Conjupi je voor dit werkwoord laat aanvullen, met de vervoegde vorm in het rood.
Vul deze zinnen zelf aan, persoon voor persoon. De vormen die je mist komen terug tot ze erin zitten, en de app leest elke zin voor.