Présent
- je regarde
- tu regardes
- il/elle regarde
- nous regardons
- vous regardez
- ils/elles regardent
regarder is het Franse werkwoord voor „kijken (naar)”. Het is een regelmatig werkwoord op -er. De samengestelde tijden, zoals de passé composé, vormt het met het hulpwerkwoord avoir, en het participe passé is regardé.
In de présent: je regarde, tu regardes, il/elle regarde, nous regardons, vous regardez, ils/elles regardent.
Oefen regarder
Vraag 1 van 5
regarder · Présent
Je la télé tous les soirs.
Ik kijk elke avond tv.
regarder · Présent
Nous un film le samedi soir, d'habitude.
Meestal kijken we op zaterdagavond een film.
regarder · Passé composé
Marie les photos du voyage avant-hier.
Marie heeft eergisteren de foto's van de reis bekeken.
regarder · Présent
Le dimanche, les voisins le match chez nous.
Op zondag kijken de buren bij ons naar de wedstrijd.
regarder · Passé composé
Vous deux, vous la télé toute la soirée, hier ?
Hebben jullie tweeën gisteren de hele avond tv gekeken?
De zinnen die Conjupi je voor dit werkwoord laat aanvullen, met de vervoegde vorm in het rood.
Vul deze zinnen zelf aan, persoon voor persoon. De vormen die je mist komen terug tot ze erin zitten, en de app leest elke zin voor.